website vnja jeugdrechtboeken

Rapport Voorlopige hechtenis van jeugdigen in uitvoering

Op 27 november 2017 is het rapport ‘Voorlopige hechtenis van jeugdigen in uitvoering’ verschenen. Het rapport is opgesteld door onderzoekers van de afdelingen Jeugdrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
In het rapport leest u de bevindingen van onderzoek naar de voorlopige hechtenispraktijk in jeugdstrafzaken en de kenmerken van de betrokken jeugdige verdachten. Het onderzoek geeft inzicht in de kenmerken die verband houden met de beslissingen van de rechter-commissaris en raadkamer over de schorsing van de voorlopige hechtenis, laat zien hoe beslissingen over de voorlopige hechtenis van jeugdige verdachten zich verhouden tot de uiteindelijke afdoening van jeugdstrafzaken en in hoeverre van de voorlopige hechtenis een ‘prejudiciërende werking’ uitgaat.
Aan de hand van deze bevindingen kan (een betere) invulling worden gegeven aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Nederlandse en internationale recht ten aanzien van jeugdigen in voorlopige hechtenis en wordt een belangrijke basis gelegd voor beleidskeuzes gericht op de ontwikkeling van passende alternatieven voor de voorlopige hechtenis van jeugdige verdachten in justitiële jeugdinrichtingen.
Klik hier voor het volledige rapport.

Lees meer

Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht – proefschrift Y.N. van den Brink

Op 25 januari promoveerde Yannick van den Brink bij de Universiteit Leiden met het proefschrift ”Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht”. Het onderzoek richt zich op de vraag of de rechten van minderjarige verdachten in voorlopige hechtenis voldoen aan internationale en Europese kinder- en mensenrechtenverdragen. Van den Brink heeft in dit kader zaken geobserveerd bij verschillende rechtbanken en professionals geïnterviewd.
Van den Brink concludeert dat de voorlopig hechtenis diverse functies vervult en daardoor een belangrijke positie inneemt in het jeugdstrafrecht. Anderzijds concludeert hij ook dat de bescherming van minderjarige verdachten tegen onregelmatige en willekeurige toepassing van voorlopige hechtenis niet optimaal is gewaarborgd. Dat voorlopige hechtenis van minderjarigen structureel enkel op legitieme gronden en als uiterste maatregel en voor zo kort mogelijke duur wordt toegepast is niet gegarandeerd.
Van den Brink doet concrete aanbevelingen voor de wetgever, beleidsmakers, rechterlijke macht en andere betrokkenen in de rechtspraktijk. Bijvoorbeeld:
–        Het schrappen van schorsing onder voorwaarden en vervanging door een model waarin de rechter niet eerst de         voorlopige hechtenis hoeft te bevelen voordat hij/ zij minder ingrijpende alternatieven kan inzetten;
–        Het loslaten van de nauwe samenhang tussen toepassing van de voorlopige hechtenis en straftoemeting in de jeugdstrafrechtspraktijk;
–        Terughoudendheid bij kinderrechters in hun besluitvorming over voorlopige hechtenis met het op basis van ‘pedagogische overwegingen ’voorbij gaan aan fundamentele rechten van minderjarige verdachten.
Op 6 maart 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker, in een Kamerbrief gereageerd op het proefschrift.
–        Klik hier voor het proefschrift
–        Klik hier voor de Kamerbrief

Lees meer

RSJ-advies: Verhoog strafrechtelijke minimumleeftijd naar veertien jaar

Hogere strafrechtelijke minimumleeftijd vraagt om verbetering vrijwillige of gedwongen jeugdhulp
In het licht van een rechtvaardige en effectieve aanpak van jeugdige delinquenten is een verhoging van de strafrechtelijke minimum leeftijd naar ten minste veertien jaar wenselijk. Dat stelt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) in een advies dat op 20 december 2017 openbaar is geworden. De RSJ concludeert op basis van onderzoek en interviews dat vrijwillige of gedwongen jeugdhulp voor kinderen tot ten minste veertien jaar de voorkeur geniet boven het strafrecht. Dit vraagt niet alleen om een aanpassing van de strafrechtelijke minimumleeftijd, maar ook om verbetering van de jeugdhulp.
Klik hier voor het persbericht van de RSJ
Klik hier voor het advies over verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd en het belang van goede jeugdhulp strafrecht
Klik hier voor de samenvatting van het advies verhoging strafrechtelijke minimumleeftijd in context
 

Lees meer

RSJ-advies: meer maatwerk bij gedwongen opvang jongeren in gesloten voorzieningen

Jaarlijks worden honderden jongeren gedwongen gesloten geplaatst in justitiële jeugdinrichtingen, jeugdzorgplusinstellingen en instellingen voor Jeugd-GGZ. De psychosociale problematiek van deze jongeren moet het uitgangspunt zijn voor het bepalen van de benodigde behandeling en beveiliging. Daarbij wordt bij voorkeur gekozen voor – nog in te richten – kleinschalige regionale voorzieningen. Zodoende is het mogelijk jongeren dichtbij huis te plaatsen en hun ouders en sociaal netwerk te betrekken bij de begeleiding en behandeling.
Aldus adviseert de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) in een advies aan de minister voor Rechtsbescherming en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Lees hier het nieuwsbericht d.d. 9 maart 2018 van de RSJ
Lees hier het advies van de RSJ Plaatsing van jeugdigen met strafrechtelijke en jeugdigen met civielrechtelijke titel in gesloten voorzieningen

Lees meer

Advies RSJ over conceptwetsvoorstel implementatie EU richtlijn procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (2016/800/EU)

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft op verzoek van de minister van Justitie en Veiligheid advies uitgebracht over het conceptwetsvoorstel ter implementatie van de EU richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (2016/800/EU). Deze EU richtlijn hangt samen met vier eerdere EU richtlijnen die alle betrekking hebben op de versterking van procedurele rechten van verdachten in strafprocedures. De RSJ is positief over de vertaling van de EU richtlijn in het conceptwetsvoorstel en doet enkele suggesties voor aanpassingen.
De RSJ richt zich in dit advies op de volgende onderwerpen:
– recht op rechtsbijstand;
– recht op medisch onderzoek;
– recht op informatie;
– vrijheidsbeneming 16- en 17-jarigen;
– uitvoering in de praktijk.
Klik hier voor het nieuwsbericht d.d. 14 februari 2018
Klik hier voor het advies EU richtlijn Jeugd

Lees meer

WODC Monitor Jeugdcriminaliteit 2017 Ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de jaren 2000 tot 2017

In de nieuwste Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) zijn de ontwikkelingen in de door politie en justitie geregistreerde jeugdcriminaliteit in de periode 2000 tot 2017 beschreven. De doelstelling van de huidige MJC is een ‘zo breed mogelijk’ overzicht te geven van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit en deze ontwikkelingen in samenhang te bespreken. Er wordt hierbij gebruikgemaakt van verschillende bronnen: politieregistraties van jeugdige verdachten, veroordelingsregistraties van jeugdige strafrechtelijke daders en ook internationale bronnen voor de ontwik-kelingen in het buitenland. In de vorige meting van de MJC is ook gebruikgemaakt van een andere bron dan politie en justitie registratiegegevens, namelijk zelfrapportage van daderschap welke eens in de vijf jaar wordt gemeten onder een representatieve steekproef van Nederlandse jongeren. Jeugd heeft betrekking op 12- tot 23-jarigen. Naast de standaarddoelstelling van de MJC om de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit te beschrijven, zijn toegevoegd een beschrijving van de ontwikkelingen in de geregistreerde jeugdcriminaliteit in zogeheten hot spots en bij jeugdige groepsplegers en een vergelijking van de ontwikkelingen in Nederland met die in omringende landen.
Klik hier voor de samenvatting van de Monitor Jeugdcriminaliteit 2017
Klik hier voor de volledige tekst van de Monitor Jeugdcriminaliteit 2017

Lees meer

De niet-herkende LVB’er: risico’s in het strafproces

‘LVB’ers zeggen sneller ja, ze willen anderen pleasen’
Ruim een derde van de justitiabelen heeft waarschijnlijk een licht verstandelijke beperking (LVB). Marigo Teeuwen (MT) bestudeert onder meer de kwetsbaarheid van deze groep mensen en het recidiverisico na de ZSM-procedure (Zorgvuldig, Snel en op Maat). Robin Kranendonk (RK) onderzoekt de invloed van verhoormethoden op de inhoud van verklaringen, in het bijzonder bij LVB’ers.
Klik hier voor het nieuwsbericht van 5 februari 2018 met publicatiegegevens op de website van Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR)

Lees meer

Hoe vergaat het uithuisgeplaatste jongeren als volwassene?

Jongeren die in een instelling of pleeggezin verbleven, ondervinden ook in hun volwassen leven op meerdere terreinen problemen. NSCR-fellow Janna Verbruggen (Cardiff University, UK) en onderzoekers Victor van der Geest en Catrien Bijleveld stelden over dit onderwerp een internationaal themanummer van The Journal of Longitudinal and Life-Course Studies samen.
Jongeren die uit huis geplaatst worden, vormen een kwetsbare groep. Ze zijn vaak opgegroeid in een problematische gezinssituatie, hebben moeite op school, last van psychische problemen en gedragsproblemen, en ze maken zich dikwijls schuldig aan delinquentie. Ook het stigma dat kleeft aan het verblijven in een pleeggezin of een instelling – en mogelijk een strafblad hebben – kan de transitie naar volwassenheid bemoeilijken.
Klik hier voor het nieuwsbericht d.d. 11 februari 2018 met publicatiegegevens op de website van Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR)
 

Lees meer

Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken

Het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht geeft voor een aantal vaak voorkomende delicten een strafmaat (oriëntatiepunt) aan waarop de rechter zich kan oriënteren bij de oplegging van de straf.
Oriëntatiepunten geven de straf weer die rechters voor het modale feit (de meest voorkomende verschijningsvorm van het strafbare feit) plegen op te leggen. Zij komen tot stand na een inventarisatie van de praktijk van de straftoemeting en na consultatie van alle gerechten. De oriëntatiepunten worden op voorstel van de Commissie Rechtseenheid door het LOVS vastgesteld. In 2016 zijn aan de bestaande oriëntatiepunten voor straftoemeting nieuwe oriëntatiepunten voor berechting op grond van het jeugdstrafrecht toegevoegd. Deze oriëntatiepunten worden voorbereid door de Expertgroep jeugdrechters en vervolgens ook op voorstel van de Commissie Rechtseenheid door het LOVS vastgesteld.
Oriëntatiepunten vormen een vertrekpunt van denken over de op te leggen straf. Zij bieden de rechter een handvat en de mogelijkheid om bij de straftoemeting te wijzen op een landelijke praktijk. De oriëntatiepunten binden de rechter niet. Hij is in individuele gevallen verantwoordelijk om een passende straf te bepalen en op te leggen.
De oriëntatiepunten voor berechting op grond van het jeugdstrafrecht worden voorafgegaan door een aantal opmerkingen waarmee de (kinder)rechter bij de straftoemeting rekening kan houden.
Klik hier voor de oriëntatiepunten bijgewerkt tot december 2017.

Lees meer