Inschrijvingsvoorwaarden jeugdrecht advocatuur 2026 per 1 juli 2026

Artikel 6.40 (civiel jeugdrecht) niet gewijzigd. De toelatingseisen en — belangrijker — de overgangssituatie voor zaakcodes P043 en P044 zijn hetzelfde gebleven.

Onderwerp Regeling vanaf 1-7-2026  
Relevante beroepservaring minimaal 3 jaar
Beroepsopleiding eerste leerjaar afgerond
Opleidingspunten civiel jeugdrecht 12 punten in afgelopen 3 jaar
Begeleide zaken P043/P044 3 zaken
Gesloten jeugdzorg P042 aanvullende begeleide zaak vereist
P043/P044 gedurende 2026 civiel jeugdrecht óf personen- en familierecht
Verplichte inschrijving civiel jeugdrecht voor P043/P044 feitelijk vanaf 1-1-2027

De nieuwe tekst van art. 6.40 bepaalt dus nog steeds dat voor inschrijving civiel jeugdrecht drie jaar relevante beroepservaring, afronding van het eerste leerjaar van de beroepsopleiding, twaalf opleidingspunten en drie begeleide P043/P044-zaken nodig zijn. Voor P042 komt daar een begeleide zaak gesloten jeugdzorg bij.

Het voor de praktijk waarschijnlijk belangrijkste punt staat echter in de toelichting. Daar staat expliciet dat in heel 2026 voor P043 en P044 nog volstaat dat de advocaat is ingeschreven voor óf civiel jeugdrecht óf personen- en familierecht. De Raad gaat pas vanaf 1 januari 2027 controleren of een advocaat die P043/P044 aanvraagt daadwerkelijk voor civiel jeugdrecht staat ingeschreven. Die toelichting stond ook al letterlijk bij de oorspronkelijke regeling.

Wat is dan wél veranderd?

Inwerkingtreding op 1 juli 2026, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. 2026-II heeft de oorspronkelijke 2026-regeling vervangen en is door de terugwerkende kracht in beginsel de regeling waarmee heel 2026 moet worden beoordeeld.

Mag een advocaat die alleen voor personen- en familierecht is ingeschreven in 2026 nog P043/P044-zaken op toevoegingsbasis behandelen?

Ja, gedurende 2026 wel; de Raad gaat de afzonderlijke inschrijving civiel jeugdrecht voor P043/P044 vanaf 1 januari 2027 toetsen.

Artikel 6.41 is inhoudelijk niet gewijzigd. De drie leden zijn gelijk gebleven. De actuele publicatie 2026-II vermeldt dezelfde eisen.

Onderdeel art. 6.41 Regeling 1-7-2026
Minimum aantal zaken Minimaal 6 zaken per jaar
Welke zaken tellen mee? P042, P043 of P044
Opleidingspunten Minimaal 8 per jaar
Actualiteitencursus Minimaal 1
Vaardigheidspunten Tellen mee
Dubbel gebruik punten voor personen- en familierecht Maximaal 4 punten
Ontheffing bij onvoldoende zaaksaanbod Mogelijk

Van de acht punten civiel jeugdrecht mogen maximaal vier opleidingspunten per jaar tevens worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

Dit betekent dus niet dat vier punten personen- en familierecht automatisch als civiel-jeugdrechtpunten kunnen worden gebruikt. De bepaling werkt andersom: punten die voldoen aan art. 6.41 lid 1 onder b kunnen voor maximaal vier punten óók worden opgegeven voor de voortzetting van personen- en familierecht.

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II voor jeugdstrafrecht niet gewijzigd.

Onderwerp Regeling 1-7-2026
Art. 6.7 – eerste inschrijving jeugdstrafrecht
Relevante beroepservaring Minimaal 3 jaar
Wat geldt als beroepservaring? 3 jaar als beëdigd advocaat; korter kan in combinatie met relevante/gelijkwaardige ervaring elders, zoals OM, rechterlijke macht, politie of jeugdzorg
Beroepsopleiding Voorgeschreven strafrechtelijke onderdelen beroepsopleiding afgerond
Alternatief bij ontbreken voorgeschreven onderdeel beroepsopleiding Cursus genoemd in art. 6.1 lid 1 onder a, 4°, gevolgd in de 3 jaar voorafgaand aan inschrijving
Opleidingspunten voor eerste inschrijving 12 punten jeugdstrafrecht in de afgelopen 3 jaar
Begeleide praktijkervaring Minimaal 3 jeugdstrafzaken onder begeleiding van een advocaat die 3 jaar voor jeugdstrafrecht is ingeschreven
Art. 6.8 – voortzetting inschrijving jeugdstrafrecht
Minimum aantal zaken 6 toegevoegde jeugdstrafzaken per jaar
Opleidingspunten 8 punten jeugdstrafrecht per jaar
Actualiteitencursus Minimaal 1 actualiteitencursus
Vaardigheidspunten Punten voor vaardigheden op terrein jeugdstrafrecht tellen mee
Meelopen collega’s Na 3 jaar inschrijving: medewerking verlenen aan het laten meelopen van collega’s bij jeugdstrafzittingen
Combinatie met specialisatie strafrecht Maximaal 4 punten per jaar mogen tevens worden opgegeven voor voortzetting specialisatie strafrecht
Ontheffing zeszakeneis Mogelijk als regionaal zaaksaanbod te gering is; verzoek bij toetsing door de Raad
Art. 6.9 – jeugdstrafpiket
Specialisatie-eisen Moet voldoen aan art. 6.7
Strafpiketcursus Door Raad goedgekeurde strafpiketcursus, gevolgd in de 3 jaar voorafgaand aan verzoek
Reglement piket Advocaat moet zich houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket
Uitzondering piketcursus Niet vereist als advocaat hoofdpraktijk strafrecht van de beroepsopleiding succesvol heeft afgerond

art. 6.7 → eerste inschrijving: ongewijzigd;
art. 6.8 → voortzetting: ongewijzigd;
art. 6.9 → jeugdstrafpiket: ongewijzigd.

Voor de dagelijkse praktijk blijft dus met name de voortzettingseis van art. 6.8 belangrijk: jaarlijks minimaal 6 toegevoegde jeugdstrafzaken + 8 opleidingspunten jeugdstrafrecht, waaronder minimaal één actualiteitencursus. De Raad voor Rechtsbijstand vermeldt diezelfde eisen momenteel ook op het inschrijfformulier voor jeugdstrafrecht.

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II (Stcrt. 2026, 24088)
Oorspronkelijke Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026 (Stcrt. 2025, 40479)